def gemeenschappelijk(var1,var2,zelfde):
    gebruikte_letters=[] #Hier gaan de letters erin gezet worden die in beide woorden zijn om dan later te checken of deze letters nog is in het woord zitten.
    for i in range(len(var1)):
        if var1[i] in var2 and var1[i] not in gebruikte_letters: #Kijken of de letter uit het eerste woord ook in het tweede woord zit en ook checken of het niet in de lijst zit met al gebruikte letters.
            zelfde+=1
            gebruikte_letters.append(var1[i]) #Als een letter in het woord zit dan wordt het in de lijst met gebruikte letters gezet.
    print(f"Het aantal gemeenschappelijke letters is {zelfde}.")

stop=""
while True:
    if stop!="ja":
        woord1=input("Geef een woord in.\n")
        woord2=input("Geef nog een woord in.\n")
        zelfde=0
        gemeenschappelijk(woord1,woord2,zelfde) #Woord 1 aan var1 , woord 2 aan var 2 en zelfde aan zelfde koppelen.
        stop=input("Wil je het programma stoppen? (ja/nee)\n")
    else:
        input("Druk 'enter' om te stoppen...") #Het programma beïndigen.
        break
